ECLI:NL:RBROT:2022:5621
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Schorsing weigering ontheffing vitamine D-supplement boven norm na langdurige besluitvorming
Verzoekster diende op 3 mei 2018 een verzoek in om ontheffing van het verbod op het verhandelen van vitamine D-preparaten met een gehalte hoger dan 75 µg. Verweerder besloot pas na bijna vier jaar, waarbij verzoekster het product met 100 µg vitamine D bleef verhandelen, ondanks het ontbreken van ontheffing. Dit lange tijdsverloop strookt niet met het door verweerder gestelde belang van volksgezondheid.
Verzoekster verwees naar jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarin het voorzorgsbeginsel strikt wordt uitgelegd en een volledige beoordeling van gezondheidsrisico’s op basis van recente en betrouwbare wetenschappelijke gegevens vereist is. De voorzieningenrechter constateert dat verweerder zich niet heeft rekenschap gegeven van recente internationale onderzoeken waarop verzoekster zich beroept, die deels kwetsbaardere groepen betreffen dan het EFSA-rapport uit 2012 waarop verweerder zich baseert.
Het RIVM werd kort voor de zitting gevraagd een standpunt in te nemen, maar kon dit niet tijdig schriftelijk onderbouwen. Hierdoor staat onvoldoende vast dat het besluit van 4 april 2022 in bezwaar zal worden gehandhaafd. Gezien de samenhang tussen de vijf besluiten worden deze geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissingen op bezwaar.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan verzoekster. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De weigering van ontheffing voor het vitamine D-product wordt geschorst en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.