De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om een ondertoezichtstelling van een minderjarige wegens ernstige bedreiging van diens ontwikkeling door een onveilige opvoedingssituatie. De vader vertoont agressief en dreigend gedrag en houdt zich niet aan contact- en locatieverboden, waardoor de veiligheid van het kind en zijn (half-)zussen niet gewaarborgd is.
De moeder oefent het ouderlijk gezag uit maar slaagt er onvoldoende in om de veiligheid te waarborgen en houdt de vader regelmatig binnen, ondanks de risico's. Ook is er sprake van wantrouwen van de moeder richting hulpverlening, waardoor zicht op de thuissituatie beperkt is. Vrijwillige hulpverlening blijkt onvoldoende.
De kinderrechter acht daarom een ondertoezichtstelling noodzakelijk en stelt het kind onder toezicht van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering voor de periode van 26 april 2022 tot 14 december 2022, zodat de termijn gelijkloopt met die van de andere kinderen. Het verzoek tot anders of meer wordt afgewezen.