ECLI:NL:RBROT:2022:5628

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 april 2022
Publicatiedatum
11 juli 2022
Zaaknummer
C/10/635983 / JE RK 22-763
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking ondertoezichtstelling minderjarige wegens onveilige opvoedingssituatie

De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om een ondertoezichtstelling van een minderjarige wegens ernstige bedreiging van diens ontwikkeling door een onveilige opvoedingssituatie. De vader vertoont agressief en dreigend gedrag en houdt zich niet aan contact- en locatieverboden, waardoor de veiligheid van het kind en zijn (half-)zussen niet gewaarborgd is.

De moeder oefent het ouderlijk gezag uit maar slaagt er onvoldoende in om de veiligheid te waarborgen en houdt de vader regelmatig binnen, ondanks de risico's. Ook is er sprake van wantrouwen van de moeder richting hulpverlening, waardoor zicht op de thuissituatie beperkt is. Vrijwillige hulpverlening blijkt onvoldoende.

De kinderrechter acht daarom een ondertoezichtstelling noodzakelijk en stelt het kind onder toezicht van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering voor de periode van 26 april 2022 tot 14 december 2022, zodat de termijn gelijkloopt met die van de andere kinderen. Het verzoek tot anders of meer wordt afgewezen.

Uitkomst: De minderjarige wordt onder toezicht gesteld van 26 april 2022 tot 14 december 2022 wegens een onveilige opvoedingssituatie.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/635983 / JE RK 22-763
datum uitspraak: 26 april 2022

beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2021 te [geboorteplaats minderjarige 1] ,

hierna te noemen [ voornaam minderjarige 1] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 30 maart 2022, ingekomen bij de griffie op 30 maart 2022.
Op 26 april 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam vertegenwoordigster] ,
- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Leger des Heils
Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI LDH,
dhr. [naam vertegenwoordiger] .
Opgeroepen en niet verschenen is: de moeder.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [ voornaam minderjarige 1] wordt uitgeoefend door de moeder.
[ voornaam minderjarige 1] woont bij de moeder.

Het verzoek

De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [ voornaam minderjarige 1] verzocht voor de duur van twaalf maanden.

Het standpunt van de Raad

De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De grootste zorgen zijn gelegen in de (dreiging vanuit de) vader. De moeder vindt het lastig om hier op een goede manier mee om te gaan. Het is van belang dat de moeder dit leert in het belang van de kinderen. Verder is op dit moment de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west (hierna te noemen de GI JBW) betrokken bij het gezin in verband met de uitvoering van de ondertoezichtstelling van [naam minderjarige 2] en [naam minderjarige 3] . De GI JBW zal binnenkort een verzoek doen tot vervanging van de GI JBW door de GI LDH. De moeder staat hier achter. Indien de ondertoezichtstelling van [ voornaam minderjarige 1] wordt uitgesproken, dan zal (op termijn) de ondertoezichtstelling van alle kinderen door de GI LDH worden uitgevoerd. Daarbij is het praktisch om de termijnen van de ondertoezichtstelling van [naam minderjarige 2] en [naam minderjarige 3] en van de ondertoezichtstelling van [ voornaam minderjarige 1] gelijk te laten lopen (te weten tot 14 december 2022).

Het standpunt van de GI LDH

De GI LDH ondersteunt ter zitting het verzoek van de Raad. Voor het proces zou het praktisch zijn als de termijnen van de ondertoezichtstelling van [naam minderjarige 2] en [naam minderjarige 3] en van de ondertoezichtstelling van [ voornaam minderjarige 1] gelijklopen.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [ voornaam minderjarige 1] ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. [ voornaam minderjarige 1] groeit op in een onveilige opvoedingsomgeving, waarbij hij (geregeld) getuige is geweest van zeer ernstig huiselijk geweld door de vader richting de moeder. Ondanks dat er sprake is van een locatie- en contactverbod van de vader, is ook nu het risico op onveiligheid in de thuissituatie nog onverminderd aanwezig. De vader houdt zich immers niet aan de verboden. Hij is agressief en onvoorspelbaar en hij vertoont dreigend gedrag richting de moeder, [ voornaam minderjarige 1] en de (half-)zussen. Tegelijkertijd handelt de moeder niet altijd in het belang van de kinderen, in die zin dat zij de vader regelmatig binnenlaat in de woning. Het lukt de moeder onvoldoende om zich aan de gestelde veiligheidsafspraken te blijven houden, waardoor zij de veiligheid van [ voornaam minderjarige 1] en de (half-)zussen niet genoeg waarborgt. Over het algemeen heeft de moeder nog onvoldoende inzicht in de gevolgen van haar handelen en het effect daarvan op de kinderen. Daarnaast bestaan er zorgen over de emotionele beschikbaarheid van de moeder voor de kinderen, nu de moeder in beslag wordt genomen door de situatie met de vader. Verder is de moeder wantrouwend richting de hulpverlening. Hierdoor is er in het afgelopen jaar onvoldoende zicht verkregen op de thuissituatie en de ontwikkeling van [ voornaam minderjarige 1] .

De beslissing

De kinderrechter:
stelt [ voornaam minderjarige 1] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd te Rotterdam, met ingang van 26 april 2022 tot 14 december 2022;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het anders of meer verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 april 2022 door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.G.L. van der Linden als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 18 mei 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.