De huurder heeft een woning gehuurd van De Leeuw van Putten en is in gebreke gebleven met de betaling van de huur, waardoor een aanzienlijke huurachterstand is ontstaan. Ondanks gedeeltelijke aflossingen bleef de achterstand circa vier maanden bedragen. De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, betaling van de achterstallige huur, ontruiming van het gehuurde en proceskosten.
De huurder erkende de achterstand, maar voerde aan dat zij afspraken had gemaakt over betaling van twee termijnen in februari 2022 en zich had aangemeld voor schuldhulpverlening. De kantonrechter oordeelde dat deze omstandigheden de betalingsverplichting niet opheffen en dat de achterstand ernstig genoeg is om ontbinding te rechtvaardigen.
De rechter veroordeelde de huurder tot betaling van € 2.565,98 inclusief rente, stelde de ontruimingstermijn op 14 dagen na betekening van het vonnis, en veroordeelde haar tevens tot betaling van de lopende huur tot het moment van ontruiming. De proceskosten werden vastgesteld op € 1.050,43 en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.