Eiser heeft een verklaring omtrent gedrag (VOG) aangevraagd voor de functie van medewerker zorg. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen vanwege justitiële antecedenten: twee veroordelingen voor diefstal met braak en met geweld, waarvan de laatste binnen de terugkijktermijn valt. De rechtbank toetst of aan het objectieve criterium is voldaan, namelijk of herhaling van deze strafbare feiten in de functie een risico vormt voor de samenleving. De rechtbank volgt verweerder en oordeelt dat ook bij toezicht en beperkte toegang tot zorgbehoevenden één-op-één situaties kunnen ontstaan waarin risico’s op gewelds- of vermogensdelicten bestaan.
Vervolgens beoordeelt de rechtbank het subjectieve criterium, waarbij belangen van eiser en samenleving worden afgewogen. Ondanks positieve ontwikkelingen en reclasseringsadviezen acht de rechtbank het tijdsverloop sinds de laatste veroordeling te kort en het tweede feit niet licht van aard. De recidive en het risico op herhaling in de functie wegen zwaarder dan het belang van eiser bij de VOG. De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de weigering van de VOG.
De uitspraak benadrukt dat het maatschappelijke belang bij bescherming van kwetsbare personen in de zorgsector zwaarwegend is, ook gezien het personeelstekort. De beslissing sluit niet uit dat eiser in de toekomst voor andere functies zonder VOG-verplichting kan werken of mogelijk later alsnog een VOG kan verkrijgen als omstandigheden veranderen.