Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west,
[naam kind],
[naam moeder],
[naam pleegmoeder],
Het procesverloop
- [naam kind], die apart is gehoord;
- de moeder;
- [naam 1] en [naam 2] namens de GI.
Rechtbank Rotterdam
De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarig meisje geboren in 2009. De minderjarige verblijft bij haar pleegouders, de oom en tante van moederszijde, vanwege ernstige hechtingsproblemen en depressieve gevoelens die haar ontwikkeling en schoolgang belemmeren.
Tijdens de mondelinge behandeling, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de minderjarige, haar moeder, pleegouders en vertegenwoordigers van de GI aanwezig. Zowel de moeder als de pleegouders stemden in met het verzoek. De moeder gaf aan de zorg niet te kunnen bieden vanwege haar eigen thuissituatie met twee jonge kinderen, terwijl de pleegouders aangaven niet in staat te zijn de benodigde begeleiding te bieden.
De kinderrechter oordeelde dat ondanks de woonplaats van de moeder in het arrondissement Den Haag, de rechtbank Rotterdam bevoegd was omdat alle belanghebbenden hiermee instemden. Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling werd vastgesteld dat de wettelijke criteria voor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing waren vervuld. De minderjarige is aangemeld voor een gespecialiseerde behandelplek bij Harreveld, maar zal voorlopig bij de pleegouders blijven.
De kinderrechter verlengde de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van twaalf maanden tot 20 april 2023 en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Hoger beroep is mogelijk bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank Rotterdam verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 20 april 2023.