ECLI:NL:RBROT:2022:5750

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 mei 2022
Publicatiedatum
13 juli 2022
Zaaknummer
C/10/629861 / JE RK 21-3187
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265g BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling zorg- en opvoedingstaken en omgangsregeling voor minderjarige

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot vaststelling van een omgangsregeling en verdeling van zorg- en opvoedingstaken voor een minderjarig kind dat onder toezicht is gesteld sinds 2019.

De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar het kind woont bij de moeder. Er bestond onenigheid over de omgangsregeling, die na een briefrapportage van de GI op 18 maart 2022 werd gewijzigd. De regeling voorziet in omgang op zaterdagmiddag met het kind opgehaald en teruggebracht door de vader, waarbij de communicatie tussen ouders verloopt via de meerderjarige zoon.

Tijdens de mondelinge behandeling stemde de moeder in met het gewijzigde verzoek en gaf de GI aan dat het kind duidelijk haar wensen kenbaar heeft gemaakt, wat de regeling werkbaar maakt. De kinderrechter oordeelde dat de regeling in het belang van het kind is en dat de ouders in goed overleg de omgang kunnen uitbreiden met overnachtingen zodra het kind daaraan toe is.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het verzoek tot meer of anders verzochte is afgewezen. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden door de verzoekers en belanghebbenden.

Uitkomst: De omgangsregeling wordt vastgesteld met omgang op zaterdagmiddag en communicatie via de meerderjarige zoon, het verzoek tot verdeling van zorg- en opvoedingstaken wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Jeugdrecht
Zaaknummer: C/10/629861 / JE RK 21-3187
Datum uitspraak: 6 mei 2022
Beschikking van de kinderrechter over een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
betreffende

[naam kind],

geboren op [geboortedatum kind] 2012 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen: [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats moeder],

[naam vader],

hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats vader].

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 11 januari 2022 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de briefrapportage van de GI van 18 maart 2022.
Op 6 mei 2022 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn:
- de moeder;
- [naam 1] en [naam 2] namens de GI.
Opgeroepen en niet verschenen is:
- de vader.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.
[naam kind] woont bij de moeder.
Bij beschikking van 25 juli 2019 is [naam kind] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 25 juli 2022.
Op 11 januari 2022 is het verzoek van de GI behandeld. Tijdens de zitting bleek dat partijen het toch niet helemaal eens waren met het omgangsregeling zoals voorgesteld door de GI.

Het (aangehouden) verzoek

De GI heeft het verzoek bij briefrapportage van 18 maart 2022 gewijzigd. Verzocht wordt om de volgende regeling inzake de uitoefening van het recht op omgang vast te stellen:
  • [naam kind] heeft om de zaterdag van 12:30 tot 16:00 uur omgang met de vader.
  • De vader haalt [naam kind] voor de omgang op bij de moeder.
  • De vader brengt [naam kind] na de omgang weer terug bij de moeder.
  • De vader wacht beneden en gaat niet naar binnen bij de moeder. Hij stuurt de meerderjarige zoon, [naam 3], een bericht dat [naam kind] naar binnen is gegaan.
  • De moeder stelt de vader via [naam 3] tijdig op de hoogte als [naam kind] bijvoorbeeld ziek is.
  • De moeder stelt de vader via [naam 3] op de hoogte als [naam kind] later is of niet kan.
  • Wanneer de vader onverhoopt wat later is, laat hij dit weten aan [naam 3].
  • Wanneer de vader de omgang moet annuleren, door bijvoorbeeld ziekte, laat hij dit uiterlijk op vrijdag weten aan [naam 3].
  • Alle communicatie verloopt via [naam 3].

De standpunten

De GI heeft het gewijzigde verzoek tijdens de mondelinge behandeling gehandhaafd en als volgt toegelicht. De meerderjarige zoon van de ouders, [naam 3], heeft voorgesteld om in de communicatie tussen de ouders te bemiddelen. Er heeft een goed gesprek plaatsgevonden en afgesproken is dat [naam 3] het aangeeft wanneer het hem te veel wordt. Verder heeft [naam kind] duidelijk aangegeven wat haar wensen en behoeftes zijn. Het is knap dat zij dit weet aan te geven en het zorgt voor duidelijkheid bij beide ouders. Daarnaast is het positief dat wanneer een omgangsmoment niet door kan gaan, de ouders onderling een inhaalmoment afspreken. Het is in het belang van [naam kind] om bovengenoemde afspraken vast te leggen in een omgangsregeling. Wanneer [naam kind] er aan toe is om een nachtje bij de vader te slapen, zullen de ouders dit in onderling overleg met elkaar moeten afspreken.
De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het gewijzigde verzoek. [naam kind] heeft behoefte aan contact met de vader en de moeder steunt haar hierin. Sinds de vader hertrouwd is, heeft de moeder er meer vertrouwen in dat er communicatie tussen haar en de vader in de toekomst mogelijk zal zijn. Voorheen vond de vader het moeilijk om het verleden achter zich te laten.

De beoordeling

Op grond van artikel 1:265g, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek kan de kinderrechter voor de duur van de ondertoezichtstelling een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat de ouders door het ontbreken van onderling contact niet tot een goede omgangsregeling tussen [naam kind] en de vader kunnen komen. Het omgangshuis is betrokken geweest en het traject is positief afgesloten. De relatie tussen de ouders verloopt momenteel beter, maar een concrete omgangsregeling ontbreekt. Na de vorige zitting op 11 januari 2022 zijn er duidelijke afspraken tussen de GI en de ouders gemaakt over de omgangsregeling. Er heeft een huisbezoek plaatsgevonden bij de moeder thuis waarbij [naam kind] haar wensen en behoeftes duidelijk kenbaar heeft gemaakt. Er is vervolgens een omgangsregeling afgesproken, zoals voorgesteld door de GI. Gebleken is dat de huidige omgangsregeling werkbaar is voor alle betrokkenen en dat [naam kind] plezier ervaart aan het contact met haar vader. Het is van belang om de huidige omgangsregeling vast te leggen, zodat [naam kind] duidelijkheid wordt geboden over het contact met haar vader. Wanneer [naam kind] daaraan toe is, zal de omgang worden uitgebreid met een overnachting. Het is aan de ouders zelf om daarover in goed onderling overleg afspraken te maken. De kinderrechter zal daarom het verzoek van de GI tot vaststelling van een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken toewijzen zoals verzocht.

De beslissing

De kinderrechter:
bepaalt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders als volgt:
  • [naam kind] heeft om de zaterdag van 12:30 tot 16:00 uur omgang met de vader;
  • de vader haalt [naam kind] voor de omgang op bij de moeder;
  • de vader brengt [naam kind] na de omgang weer terug bij de moeder;
  • de vader wacht beneden en gaat niet naar binnen bij de moeder. Hij stuurt de meerderjarige zoon, [naam 3], een bericht dat [naam kind] naar binnen is gegaan;
  • de moeder stelt de vader via [naam 3] tijdig op de hoogte als [naam kind] bijvoorbeeld ziek is;
  • de moeder stelt de vader via [naam 3] op de hoogte als [naam kind] later is of niet kan;
  • wanneer de vader onverhoopt wat later is, laat hij dit weten aan [naam 3];
  • wanneer de vader de omgang moet annuleren, door bijvoorbeeld ziekte, laat hij dit uiterlijk op vrijdag weten aan [naam 3];
  • alle communicatie verloopt via [naam 3];
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2022 door
mr. T. van den Akker, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.A. Graven, als griffier.
Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 18 mei 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.