De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek tot ondertoezichtstelling van een minderjarige ingediend wegens ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling. De minderjarige kampt met kenmerken binnen het autismespectrum en heeft moeite met het reguleren van emoties, mede door de scheiding van zijn ouders en het verstoorde contact met zijn vader.
De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar hebben grote moeite om samen te werken en een gezamenlijke visie op de opvoeding te ontwikkelen. De moeder draagt de feitelijke zorg en heeft geen contact met de vader, ondanks pogingen van hulpverlening. De Raad acht vrijwillige hulpverlening niet langer toereikend.
De kinderrechter oordeelt dat hulpverlening in een gedwongen kader noodzakelijk is om de ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen en de opvoedingssituatie te verbeteren. Daarom wordt de minderjarige onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering voor een periode van twaalf maanden.