Eiseres, werkzaam als persoonlijk begeleider, meldde zich ziek in december 2016 en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, en wees de uitkering af. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank in 2020 het besluit wegens onvoldoende aandacht voor fysieke beperkingen en urenbeperking.
Het UWV nam een nieuw besluit waarbij het standpunt werd gehandhaafd dat eiseres geen recht heeft op een WIA- of Ziektewetuitkering. Eiseres stelde dat de verzekeringsarts onvoldoende rekening hield met medische rapporten, medicijngebruik en de noodzaak van een urenbeperking. De rechtbank oordeelt dat de verzekeringsarts weliswaar voldoende heeft gemotiveerd waarom geen fysieke beperkingen zijn aangenomen, maar dat de urenbeperking, noodzakelijk vanwege hoofdpijn en tinnitus, niet in de FML van 2018 is opgenomen.
De arbeidsdeskundige handhaafde de eerdere beoordeling, maar de rechtbank stelt dat deze niet kan blijven bestaan zonder de urenbeperking. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het griffierecht vergoed en worden proceskosten aan eiseres toegewezen.