Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[naam verdachte] ,
Onderzoek op de terechtzitting
Tenlastelegging
Eis officier van justitie
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 255 dagen met aftrek van voorarrest, alsmede ter beschikkingstelling van de verdachte met voorwaarden, met de onmiddellijke uitvoerbaarheid van die maatregel en oplegging van een maatregel als bedoeld in artikel 38z, eerste lid, Sr;
- afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging in zaak C.
Bewijs
e(niet door verdachte betaalde) goed aan een winkelmedewerker heeft getoond en (vervolgens), alsof hij
ditproduct had gekocht/betaald, aan die winkelmedewerker voornoemde (aangepaste) mail en/of bon heeft getoond waarop stond vermeld dat
hetproduct
wasbetaald en
motorbrandstofwederrechtelijk toe te eigenen, te weten
Strafbaarheid feiten
1..
oplichting, meermalen gepleegd;
2..
poging tot oplichting;
3..
oplichting;
6..
diefstal, meermalen gepleegd;
7..
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;
1..
oplichting, meermalen gepleegd;
3..
diefstal, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid verdachte
Motivering straf
Vordering tenuitvoerlegging
Vorderingen benadeelde partijen/ schadevergoedingsmaatregelen
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Bijlagen
Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;
9 ½ (negeneneenhalf) maand niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
de benadeelde partij [naam benadeelde 1], te betalen een bedrag van
€ 390,- (zegge: driehonderdnegentig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 augustus 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[naam benadeelde 1]te betalen
€ 390,-(hoofdsom,
zegge: driehonderdnegentig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van
€ 390,-niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur
van 7 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de benadeelde partij [naam benadeelde 2], te betalen een bedrag van
€ 80,- (zegge: tachtig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 13 augustus 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[naam benadeelde 2]te betalen
€ 80,-(hoofdsom,
zegge: tachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 augustus 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van
€ 80,-niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
1 dag; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
e benadeelde partij [naam benadeelde 3], te betalen een bedrag van
€ 18,27 (zegge: achttien euro en zevenentwintig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 25 juli 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 50,- (zegge: vijftig euro), en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van
[naam benadeelde 3]te betalen
€ 18,27(hoofdsom,
zegge: achttien euro en zevenentwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 juli 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van
€ 18,27niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
1 dag; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;