ECLI:NL:RBROT:2022:5939
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening gronden van bezwaar
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft verweerder op 30 augustus 2021 besloten geen urgentieverklaring toe te kennen aan eiseres. Eiseres maakte tijdig bezwaar met een pro-forma bezwaarschrift, maar diende de gronden van het bezwaar niet binnen de gestelde termijnen in. Verweerder gaf eiseres twee mogelijkheden om de gronden alsnog in te dienen, met de expliciete waarschuwing dat te late indiening tot niet-ontvankelijkheid zou leiden.
Eiseres diende de gronden uiteindelijk op 16 november 2021 om 18:05 uur in, terwijl de uiterste termijn 15 november 2021 was. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard op grond van artikel 6:5 en Pro 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Er was geen verontschuldiging voor de termijnoverschrijding en het pro-forma bezwaarschrift volstond niet om het bezwaar ontvankelijk te maken.
De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk ongegrond en wijst het af zonder zitting. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter C.E. Bos op 21 juli 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de gronden van bezwaar te laat zijn ingediend en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.