De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2008, die eerder onder toezicht stond en tijdelijk bij haar grootmoeder verbleef. Deze plaatsing mislukte binnen enkele dagen vanwege fysiek geweld van de minderjarige richting haar grootmoeder, waaronder een wurging en vernielingen in de woning.
De kinderrechter behandelde de zaak op 13 juni 2022 achter gesloten deuren. De minderjarige was in de gelegenheid gesteld haar mening te geven, maar maakte hier geen gebruik van. De ouders oefenden het ouderlijk gezag uit, maar een terugkeer naar huis was op dat moment niet verantwoord. Ook een alternatieve plaatsing binnen het netwerk bleek niet mogelijk.
Gezien de ernstige gedragsproblemen en het ontbreken van een passende netwerkplaatsing achtte de kinderrechter een verblijf in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder het meest in het belang van de minderjarige. De machtiging tot uithuisplaatsing werd daarom verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling, tot 1 december 2022.