ECLI:NL:RBROT:2022:5996

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 juni 2022
Publicatiedatum
20 juli 2022
Zaaknummer
C/10/637252 / JE RK 22-968
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 JeugdwetArt. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige

De rechtbank Rotterdam behandelde op 13 juni 2022 het verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige en tot machtiging van gesloten jeugdhulp.

De minderjarige verblijft in een gesloten jeugdhulpinstelling en maakt positieve stappen in zijn ontwikkeling. De ouders oefenen het ouderlijk gezag uit en zijn betrokken bij het proces. De moeder stemt in met het plan van de GI en de minderjarige begrijpt de noodzaak van een geleidelijke opbouw van verlof.

De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke vereisten is voldaan voor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp. De gesloten jeugdhulp is noodzakelijk vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen en om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de hulp onttrekt. De beschikking verlengt de ondertoezichtstelling tot 28 juni 2023 en verleent de machtiging gesloten jeugdhulp voor drie maanden, met de mogelijkheid tot vervroegde overplaatsing naar een open groep.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd en de machtiging gesloten jeugdhulp verleend voor drie maanden.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/637252 / JE RK 22-968
datum uitspraak: 13 juni 2022

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [gebooortedatum minderjarige] 2006 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- de verzoekschriften met bijlagen van de GI van 11 april 2022, ingekomen bij de griffie op 25 april 2022;
- de verklaring d.d. 8 juni 2022 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder;
- de instemmende verklaring d.d. 27 mei 2022 van een gekwalificeerde gedragswetenschapper.
Op 13 juni 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de minderjarige [voornaam minderjarige] , die tegens voorafgaand aan de zitting is gehoord, bijgestaan door mr. P.V. Hübner,
- de moeder,
- een vertegenwoordiger van de GI, dhr. [naam vertegenwoordigster] .
Opgeroepen en niet verschenen is:
- de vader.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.
[voornaam minderjarige] verblijft in de gesloten jeugdhulpinstelling Harreveld.
Bij beschikking van 28 juni 2021 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 28 juni 2022.
Bij beschikking van 13 januari 2022 is een machtiging gesloten jeugdhulp verleend tot 28 juni 2022.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI heeft daarnaast een machtiging verzocht om [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van drie maanden.
De GI heeft de verzoeken ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Het gaat goed met [voornaam minderjarige] , ook op de groep. [voornaam minderjarige] maakt positieve stappen in zijn ontwikkeling. Hiervoor verdient [voornaam minderjarige] een compliment. Hij gaat nog niet op verlof naar huis, maar zijn moeder bezoekt hem ieder weekend in Harreveld. De komende periode zal het verlof worden opgebouwd. Het doel is dat [voornaam minderjarige] volgend schooljaar, of zoveel eerder als mogelijk is, op een open groep wordt geplaatst. In principe is de eerstvolgende plek op de groep voor [voornaam minderjarige] .

Het standpunt van belanghebbenden

Namens en door [voornaam minderjarige] is geen verweer gevoerd tegen de verzoeken. Het liefst zou [voornaam minderjarige] morgen naar de open groep gaan, maar hij begrijpt dat daarvoor onder meer een opbouw van verlofmomenten nodig is. [voornaam minderjarige] is gebaat bij de structuur en regelmaat die hij binnen Harreveld ervaart.
De moeder heeft ter zitting aangegeven dat zij het eens is met het door de GI geschetste plan. [voornaam minderjarige] heeft hard gewerkt en er is vooruitgang te zien.

De beoordeling

Nu er geen verweer is gevoerd tegen het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en er is voldaan aan de wettelijke vereisten, zal de kinderrechter dit verzoek zonder nadere toelichting toewijzen.
Ten aanzien van het verzoek voor een machtiging gesloten jeugdhulp wordt het volgende overwogen. Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De kinderrechter is van oordeel dat hiervan sprake is.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er sprake is van een positieve ontwikkeling. [voornaam minderjarige] verblijft inmiddels enige tijd binnen de gesloten setting. Hij lijkt gebaat bij de duidelijkheid en structuur die hem hier geboden wordt en heeft de afgelopen periode veel vooruitgang geboekt. Het is de bedoeling dat [voornaam minderjarige] voor het begin van het nieuwe schooljaar binnen een open groep wordt geplaatst. Hierdoor kan hij na de vakantie een frisse start maken op een nieuwe school. Hiervoor is het nodig dat de behandelingen worden afgerond en zijn verlofmomenten worden opgebouwd. De komende periode zal hieraan gewerkt worden, eerst door middel van begeleid verlof en uiteindelijk onbegeleid verlof naar zijn moeder. Ter zitting is gebleken dat alle betrokkenen het eens zijn met dit plan. De kinderrechter zal daarom het verzoek van de GI toewijzen.
Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen voor de duur van twaalf maanden. De kinderrechter zal ook de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de periode van drie maanden. Hierbij merkt de kinderrechter op dat de GI heeft aangegeven dat wanneer [voornaam minderjarige] eerder zijn doelen heeft bereikt en er een plek is op de open groep, hij dan eerder zal worden overgeplaatst dan de genoemde drie maanden.

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 28 juni 2023;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 28 juni 2022 tot 28 september 2022 betreffende de minderjarige [voornaam minderjarige] .
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. S. Jordaan, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.F. Verhaart als griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2022. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 juni 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.