Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
beschikking verlenging uithuisplaatsing
[naam minderjarige] ,
[naam moeder] ,
[naam vader] ,
Het procesverloop
De feiten
Het verzoek
Het standpunt van belanghebbenden
De beoordeling
De beslissing
Den Haag.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds juli 2021 in een pleeggezin verblijft. De ouders oefenen het ouderlijk gezag uit en werken samen met de hulpverlening.
De kinderrechter heeft op 4 april 2022 de uithuisplaatsing verlengd tot 7 juni 2022. De GI verzocht om verlenging tot 1 augustus 2022, met het oog op continuering van hulpverlening, relatietherapie en een geleidelijke overgang naar de nieuwe school. De ouders stelden dat de veiligheid is gewaarborgd en dat de machtiging slechts een uiterste middel is, die niet langer nodig is. Zij benadrukten dat de minderjarige zo snel mogelijk naar huis moet om te wennen.
De kinderrechter concludeert dat de ouders positieve ontwikkelingen hebben doorgemaakt en dat het vertrouwen in hun opvoedcapaciteiten toeneemt. De overgang van pleeggezin naar huis moet zorgvuldig verlopen, waarbij de minderjarige rustig afscheid kan nemen van haar huidige school en pleeggezin en kan wennen aan de nieuwe school. Daarom wordt de machtiging slechts kort verlengd tot 15 juni 2022. Het overige verzoek wordt afgewezen.
De beschikking is mondeling gegeven op 31 mei 2022 en schriftelijk vastgesteld op 17 juni 2022. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot uiterlijk 15 juni 2022.