De rechtbank Rotterdam behandelde op 28 juni 2022 een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen. De kinderen hebben elk hun eigen problematiek, waaronder autisme, ADHD en ontwikkelingsachterstand, en hebben blijvend zorg en ondersteuning nodig. De ouders werken mee aan hulpverlening, maar door communicatieproblemen en kritische houding van de vader wordt de continuïteit van de hulpverlening bedreigd.
De Raad en de gecertificeerde instelling (GI) benadrukken de noodzaak van een jeugdbeschermer die de regie voert over de hulpverlening en de omgangsregeling tussen ouders en kinderen structureert. De ouders staan open voor hulp, maar er is onvoldoende zicht op stabiliteit en opvoedvaardigheden. De vader speelt een sleutelrol in de omgang en begeleidt de contacten tussen moeder en kinderen, maar er is geen vaste omgangsregeling.
De kinderrechter weegt dat de bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen ernstig is en dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende structuur biedt. Alternatieven voor ondertoezichtstelling zijn niet overtuigend gebleken. Daarom wordt het verzoek toegewezen en worden de kinderen onder toezicht gesteld van de GI voor twaalf maanden, met als doel passende hulpverlening te waarborgen en de omgangsregeling te verbeteren.