Stichting Woonbron vordert betaling van het warmteverbruik en een huurachterstand van [gedaagde] over het jaar 2018. De kantonrechter heeft Woonbron toegelaten bewijs te leveren van het daadwerkelijke warmteverbruik aan de hand van meterstanden en een werkbon van een servicemonteur.
Uit de overgelegde meterstanden blijkt een normaal stijgingsniveau van het warmteverbruik in 2018, passend bij het stookgedrag van [gedaagde] en algemeen bekende seizoensinvloeden. De meters zijn in 2020 gecontroleerd en functioneren naar behoren, wat aannemelijk maakt dat zij ook in 2018 goed functioneerden. Het verweer van [gedaagde] dat de meetmethode niet deugt, is te laat ingebracht en wordt niet in behandeling genomen.
De kantonrechter concludeert dat Woonbron het bewijs heeft geleverd dat het in rekening gebrachte warmteverbruik klopt. Daarnaast is vastgesteld dat [gedaagde] geen opschortingsrecht heeft ten aanzien van de huurachterstand. De gevorderde hoofdsom van €417,29 wordt toegewezen, vermeerderd met incassokosten en wettelijke rente. Tevens wordt [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.