De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie waarbij de ouders nooit in gezinsverband hebben samengewoond. De vrouw vorderde een bijdrage van €200 per kind per maand, terwijl de man stelde dat hij geen draagkracht had en het verzoek niet ontvankelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de vrouw ontvankelijk was in haar verzoek en stelde de ingangsdatum van de alimentatie op 25 oktober 2021, de datum van het verzoekschrift. De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op basis van het gemiddelde van de behoefte berekend vanuit het inkomen van beide ouders, aangezien zij niet samenwoonden. Het inkomen van beide ouders werd gesteld op €1.000 per maand, met een netto besteedbaar inkomen van €1.259.
De behoefte per kind werd vastgesteld op €122 per maand. De draagkracht van de man werd berekend op het minimumbedrag van €50 per maand vanwege zijn lage inkomen uit de Ziektewetuitkering, terwijl de draagkracht van de vrouw op €0 werd gesteld vanwege haar bijstandsuitkering. De rechtbank wees het verzoek grotendeels af en legde de man op om €25 per kind per maand te betalen, vooruit te betalen en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.