ECLI:NL:RBROT:2022:6130
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging en vaststelling kinderalimentatie in samengesteld gezin met beperkte draagkracht
De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot wijziging van kinderalimentatie tussen een man en een vrouw met drie gezamenlijke kinderen en twee kinderen uit een eerdere relatie van de vrouw. De man verzocht dat de vrouw vanaf 18 juni 2019 kinderalimentatie aan hem zou betalen, terwijl hij zelf geen alimentatie meer wilde betalen aan de vrouw. De vrouw betwistte dit en stelde een lagere bijdrage voor.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van de man deels toewijsbaar was: de kinderalimentatie die de man aan de vrouw moest betalen werd per 18 juni 2019 op nihil gesteld. De vrouw moet vanaf de datum van de beschikking een bijdrage van €25 per kind per maand betalen voor twee van de kinderen. De oudste zoon was niet-ontvankelijk verklaard omdat hij meerderjarig was en zelf partij had moeten zijn.
De rechtbank stelde vast dat de gezamenlijke draagkracht van de man, vrouw en zijn nieuwe partner onvoldoende was om volledig in de kosten van alle kinderen te voorzien, waardoor geen draagkrachtvergelijking werd toegepast. De vrouw had een laag inkomen en kon slechts het minimumbedrag bijdragen. Verzoeken tot zorgkorting en bijdrage in bijzondere kosten werden afgewezen vanwege het grote tekort aan draagkracht. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de kinderalimentatieverplichtingen waarbij de vrouw een beperkte bijdrage moet betalen en de man geen alimentatie meer verschuldigd is.