De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de duur van twaalf maanden vanwege ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling. De minderjarige woont bij de moeder; de ouders zijn uit elkaar en de communicatie tussen hen is verstoord. De vader heeft een verslavingsproblematiek en het contact met de minderjarige is minimaal.
Tijdens de zitting op 7 januari 2022 werd vastgesteld dat de minderjarige belast wordt door de echtscheidingsstrijd en getuige is geweest van ruzies en agressie van de vader richting de moeder en het halfbroertje. Ondanks dat het thuis rustiger is sinds de minderjarige alleen bij de moeder woont, blijft de spanning tussen de ouders hoog en ontbreekt een neutrale communicatie.
De kinderrechter oordeelde dat de ouders onvoldoende in staat zijn om de bedreiging weg te nemen en dat de regie van een jeugdbeschermer noodzakelijk is om passende hulpverlening te organiseren en omgangsafspraken te maken. De moeder staat onbegeleide omgang niet toe zolang het alcoholgebruik van de vader onduidelijk is. De beschikking tot ondertoezichtstelling is daarom voor twaalf maanden vastgesteld en is uitvoerbaar bij voorraad.