De zaak betreft een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die ernstige gedragsproblemen vertoont, waaronder middelengebruik en het onttrekken aan gezag. De minderjarige was enige tijd vermist en verblijft noodgedwongen bij de moeder, waar de situatie onveilig is.
De moeder erkent de problematiek en de noodzaak van uithuisplaatsing, maar voelt zich onvoldoende gehoord door de instanties. Diverse hulpverleningsinstanties, waaronder ASH en MDFT, hebben eerder geen structurele verbetering kunnen bewerkstelligen. Er is momenteel geen passende behandelgroep beschikbaar, waardoor de minderjarige noodgedwongen thuis verblijft.
De kinderrechter concludeert dat verlenging van de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De machtiging wordt verlengd tot uiterlijk 24 september 2022, met het oog op het vinden van een geschikte plaatsing en het inzetten van intensieve hulpverlening in de thuissituatie.