ECLI:NL:RBROT:2022:6267

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 juli 2022
Publicatiedatum
28 juli 2022
Zaaknummer
640892 / HA RK 22-672
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriftenArt. 512 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking van rechters wegens vermeend gebrek aan legitimatie afgewezen

Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de rechtbank Rotterdam, stellende dat zij zich niet hadden gelegitimeerd met een identiteitsbewijs en aanstellingsbewijs met de handtekening van de Koning of Koningin. Volgens verzoekster kon zij daardoor niet verifiëren dat het daadwerkelijk beëdigde rechters waren.

De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 17 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Hierbij geldt de uitgangspositie dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij sprake is van een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.

De kamer oordeelde dat het verzoek kennelijk ongegrond is, omdat verzoekster geen feitelijke onderbouwing gaf voor enige schijn van vooringenomenheid of een gerechtvaardigde vrees daarvoor. Het enkel niet tonen van legitimatie was onvoldoende om de onpartijdigheid van de rechters in twijfel te trekken.

Daarom werd het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard en werd een mondelinge behandeling achterwege gelaten. De beslissing werd op 8 juli 2022 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters is niet-ontvankelijk verklaard wegens kennelijke ongegrondheid.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer voor wrakingszaken
Zaaknummer / rekestnummer: 640892 / HA RK 22-672
Beslissing van 8 juli 2022
op het verzoek van
[naam verzoekster],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster,
strekkende tot wraking van:
mr. M.G.L. de Vette, mr. M. de Geus en mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, rechters in de rechtbank Rotterdam en leden van de wrakingskamer in die rechtbank (hierna: de rechters).

1.Het procesverloop en de processtukken

1.1.
Ter zitting van de wrakingskamer in deze rechtbank van 1 juli 2022, welke kamer was samengesteld uit de rechters, is behandeld het door verzoekster gedane verzoek tot wraking van rechter mr. P. Joele, welke procedure als kenmerk heeft 640015 / HA RK 22-610.
1.2.
Op die zitting heeft verzoekster wraking van de rechters verzocht.
1.3.
Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure, waarin zich onder meer bevindt het proces-verbaal van de hiervoor bedoelde zitting.

2.Het verzoek

2.1.
Uit het proces-verbaal van de zitting van 1 juli 2022 blijkt dat verzoekster aan haar verzoek tot wraking van de rechters het volgende ten grondslag heeft gelegd:
2.2.
De rechters willen niet hun identiteitsbewijs en hun aanstellingsbewijs, met daarop de natte handtekening van de Koning of Koningin, laten zien aan verzoekster. De rechters zijn verplicht die stukken te tonen, anders kan verzoekster niet verifiëren dat de rechters zijn wie zij zeggen te zijn.

3.De ontvankelijkheid van het verzoek

3.1.
Op grond van artikel 17 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften in verbinding met artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering kan op verzoek van een partij of het openbaar ministerie, de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.
3.2.
Daarbij moet voorop worden gesteld dat, bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van een rechter, het uitgangspunt geldt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat een rechter ten aanzien van een partij een vooringenomenheid koestert, of dat een bij die partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.
3.3.
De wrakingskamer is van oordeel dat het verzoek tot wraking kennelijk ongegrond is. Verzoekster heeft op geen enkele manier feitelijk onderbouwd dat sprake is geweest van enige schijn van vooringenomenheid, dan wel van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. De enkele omstandigheid dat de rechters zich ter zitting niet hebben gelegitimeerd als beëdigd rechter, is daartoe onvoldoende. Het wrakingsverzoek bevat verder ook geen feiten of omstandigheden die erop wijzen dat de rechterlijke onpartijdigheid van de rechters schade zou kunnen leiden.
3.4.
Omdat sprake is van een kennelijk ongegrond wrakingsverzoek laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege.

4.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van
mr. M.G.L. de Vette, mr. M. de Geus en mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.J.J. Wetzels, voorzitter, mr. E. Rabbie en
mr. drs. E. van Schouten, rechters en door de voorzitter in het openbaar uitgesproken
op 8 juli 2022 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.
Verzonden op:
aan:
- verzoekster
- de rechters