ECLI:NL:RBROT:2022:6270

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 juli 2022
Publicatiedatum
28 juli 2022
Zaaknummer
641540 / HA RK 22-719
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 8 lid 2 Wrakingsprotocol rechtbank Rotterdam
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in civiele procedure

In deze zaak heeft verzoeker wraking van de rechter mr. drs. D.L. Spierings gevraagd nadat deze rechter op 3 juni 2022 een eindvonnis had gewezen in een civiele procedure waarin verzoeker als gedaagde optrad.

Het wrakingsverzoek werd op 14 juli 2022 ingediend, dus na de datum van het vonnis. Volgens artikel 36 Rv Pro kan een rechter die een zaak behandelt worden gewraakt, maar dit middel dient om onpartijdigheid te waarborgen zolang de rechter nog betrokken is bij de behandeling van de zaak.

Omdat de rechter de zaak reeds had afgerond met een einduitspraak, kon het wrakingsverzoek het doel niet meer dienen. De rechtbank verklaarde verzoeker daarom niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek, conform artikel 8, lid 2, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Rotterdam.

De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer voor wrakingszaken en op 20 juli 2022 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek omdat dit na de einduitspraak is ingediend.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer voor wrakingszaken
Zaaknummer / rekestnummer: 641540 / HA RK 22-719
Beslissing van 20 juli 2022
op het verzoek van
[naam verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
strekkende tot wraking van:
mr. drs. D.L. Spierings, rechter in de rechtbank Rotterdam, team kanton 1 (hierna: de rechter).

1.Het procesverloop en de processtukken

De rechter heeft in de door [naam vennootschap] B.V. tegen verzoeker ingestelde civielrechtelijke vordering op 3 juni 2022 vonnis gewezen. Die procedure draagt als kenmerk 9501200 CV EXPL 21-34861.
Bij e-mailbericht van 14 juli 2022 heeft verzoeker wraking van de rechter verzocht.
Aan de wrakingskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven procedure, waarin zich onder meer bevindt het vonnis van 3 juni 2022.

2.De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1
Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 36 Rv Pro kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.
2.2
Bij het vonnis van 3 juni 2022 heeft de rechter in de hiervoor omschreven procedure vonnis gewezen. Dat vonnis is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is geëindigd.
2.3
Het wrakingsverzoek is op 14 juli 2022 en derhalve na de uitspraak van voormeld vonnis ingediend.
Uit het vorenstaande volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het verzoek tot wraking is gedaan. Verzoeker is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechter. Verzoeker zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 8, lid 2, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzoek.

3.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van mr. drs. D.L. Spierings.
Deze beslissing is gegeven door mr. P.C. Santema, voorzitter, mr. S.C.C. Hes-Bakkeren en
mr. W.M.P.M. Weerdesteijn, rechters en door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op
20 juli 2022 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.