ECLI:NL:RBROT:2022:6271
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken rechteraanduiding
Verzoeker heeft bestuursrechtelijk beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Veiligheid en Justitie en vervolgens een voorwaardelijk wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de procedure zou behandelen. Uit het dossier bleek echter dat nog niet bekend was welke rechter de zaak zou behandelen en verzoeker had de naam van de rechter niet genoemd.
De rechtbank overwoog dat wraking slechts mogelijk is indien concrete aanwijzingen bestaan dat de rechter vooringenomen is, en dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling onpartijdig wordt vermoed. Omdat niet vaststond welke rechter de zaak zou behandelen en verzoeker geen naam had genoemd, kon het wrakingsverzoek niet ontvankelijk worden verklaard.
De rechtbank zag geen reden voor een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek, omdat het debat over de gegrondheid daarvan niet aan de orde was. Op grond van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Rotterdam werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en dit besluit werd in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer voor wrakingszaken.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek wegens ontbreken van een concrete rechteraanduiding.