De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van het CIZ tot een rechterlijke machtiging op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd) voor een cliënt met een uitgebreide neurocognitieve stoornis. De aanvraag was onderbroken vanwege een noodzakelijke detoxificatie in een Wvggz-instelling, waarna de procedure werd voortgezet met een medische verklaring van bijna drie maanden oud. De rechtbank oordeelde dat deze verklaring voldoende actueel was, mede vanwege de onomkeerbare aard van de psychogeriatrische aandoening en verklaringen van betrokken behandelaars.
De cliënt vertoonde ernstig nadeel door geheugenverlies, initiatiefverlies, oriëntatieproblemen en agressief gedrag, wat leidde tot onveilige situaties thuis, waaronder brandgevaar en overbelasting van de partner. Er was geen minder ingrijpende mogelijkheid om het ernstig nadeel te voorkomen. Ondanks het verzet van de cliënt, die zijn vrijheid wilde behouden, achtte de rechtbank opname en verblijf noodzakelijk en geschikt.
De rechtbank verleende de machtiging voor zes maanden, waarbij de cliënt afhankelijk is van 24-uurszorg en begeleiding. De beschikking werd mondeling gegeven op 2 juni 2022 en schriftelijk uitgewerkt op 20 juni 2022. Tegen deze beschikking staat cassatie open.