ECLI:NL:RBROT:2022:6421
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en twijfel aan nakoming verplichtingen
Verzoeker diende op 6 mei 2022 een verzoekschrift in voor toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank hield op 13 juni 2022 een zitting waarin verzoeker werd gehoord.
De rechtbank beoordeelde of verzoeker te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek en of hij de verplichtingen uit de regeling naar behoren zou nakomen. Uit het dossier bleek dat een deel van de schulden bij het CJIB niet te goeder trouw was ontstaan, mede omdat verzoeker een auto op zijn naam had gezet voor een vriend die boetes veroorzaakte en verzoeker zelf zonder rijbewijs boetes kreeg.
Ook was er twijfel over de huurschuld, die gedeeltelijk onbetaald bleef door detentie van verzoeker. Verder was verzoeker recent twee maanden in detentie geweest voor strafzaken gerelateerd aan rijden onder invloed en winkeldiefstal, waarbij sprake was van psychische klachten. De rechtbank achtte onvoldoende aannemelijk dat verzoeker zijn problemen onder controle had en zijn verplichtingen zou nakomen. Verzoeker leverde ook geen bewijs van sollicitaties aan. Daarom wees de rechtbank het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en twijfel aan nakoming van verplichtingen.