ECLI:NL:RBROT:2022:6422
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Verzoeker heeft op 27 mei 2022 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens een schuldenlast van ruim €480.000. De rechtbank Rotterdam heeft verzoeker gehoord op 20 juni 2022.
De rechtbank beoordeelt dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek te goeder trouw is geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden. Dit betreft met name aanzienlijke belastingschulden aan de Belastingdienst, waaronder niet afgedragen inkomstenheffing, zorgverzekeringswetbijdragen, motorrijtuigbelasting en terugvorderingen van zorgtoeslag, deels recent ontstaan in 2021 en 2022.
Verzoeker heeft verklaard sinds 2014 geen overzicht te hebben over zijn administratie, maar de rechtbank oordeelt dat het de verantwoordelijkheid van verzoeker is om een deugdelijke administratie te voeren en tijdig belastingaanslagen te voldoen. Ook ondernemingsschulden zijn niet te goeder trouw ontstaan wegens het ontbreken van een boekhouding. Daarnaast zijn alimentatieschulden aan het LBIO niet op een controleerbare wijze voldaan, wat eveneens verwijtbaar is.
Hoewel verzoeker recent een baan heeft gevonden, acht de rechtbank dit onvoldoende om te concluderen dat hij greep heeft gekregen op zijn financiële situatie, mede omdat ook in 2021 en 2022 opnieuw aanzienlijke belastingschulden zijn ontstaan. Gezien deze omstandigheden wijst de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
De rechtbank merkt op dat bij stabilisatie van de situatie en het niet opnieuw te kwader trouw ontstaan van schulden een toekomstig verzoek mogelijk meer kans van slagen heeft.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden.