ECLI:NL:RBROT:2022:6435
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken bezwaar ongegrond verklaard
Opposant had beroep ingesteld tegen een beslissing van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij niet eerst bezwaar had gemaakt tegen het primaire besluit. Vervolgens stelde opposant verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De rechtbank behandelde het verzet en moest beoordelen of de buiten-zittinguitspraak terecht was gedaan zonder opposant te horen. Opposant voerde aan dat hij destijds in redelijke gezondheid verkeerde en daarom geen bezwaar kon maken, en dat hij door verweerder was geïnformeerd dat bezwaar niet nodig was.
De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden geen twijfel wekken over de juistheid van de buiten-zittinguitspraak. Het ontbreken van bewijs voor de mededeling van verweerder en de mogelijkheid om bij veranderde gezondheid een herkeuring te verzoeken, onderbouwen dit oordeel.
Daarom verklaarde de rechtbank het verzet ongegrond en handhaafde de buiten-zittinguitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard en de buiten-zittinguitspraak blijft in stand.