ECLI:NL:RBROT:2022:6453
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering inschrijving en ambtshalve uitschrijving in de basisregistratie personen
Eiseres en haar drie kinderen deden aangifte van hervestiging naar een adres in Rotterdam, maar het college van burgemeester en wethouders weigerde deze inschrijving op grond van de Wet basisregistratie personen (Wet brp). Na diverse huisbezoeken en onderzoeken, waaronder een videohuisbezoek in het kader van een bijstandsuitkering, bleef het college bij haar standpunt dat het adres niet als woonadres kon worden aangemerkt. Eiseres stelde dat zij en haar kinderen wel degelijk op het adres wonen en dat het college ten onrechte ambtshalve uitschrijving toepaste.
De rechtbank oordeelde dat eiseres aannemelijk heeft gemaakt dat zij en haar kinderen op het adres wonen en de meeste nachten daar verblijven. De rechtbank stelde vast dat het college onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het de inschrijving weigerde en de ambtshalve uitschrijving toepaste. Ook werd geoordeeld dat het college lichtvaardig handelde bij de uitschrijving na het uitreiken van een stempas, zonder wettelijke grondslag.
De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de bestreden besluiten en beval het college binnen acht weken nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van inschrijving en ambtshalve uitschrijving in de basisregistratie personen en beveelt het college nieuwe besluiten te nemen.