Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde, met uitzondering van het onder 2 ten laste gelegde Glock-pistool;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8,5 jaar, met aftrek van voorarrest.
4..Waardering van het bewijs
5..Strafbaarheid feiten
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
8..In beslag genomen voorwerpen
9..Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen
10..Toepasselijke wettelijke voorschriften
11..Bijlagen
12..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaar;
- verklaart onttrokken aan het verkeer de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 4 (geluiddemper), 5 (pistool Kimar Lady K), 6 (pistool Glock), 7 (11 stuks munitie), 8 (3 stuks munitie), 9 (4 stuks munitie), 10 (pistool Umarex) en 11 (pistool Glock);
€ 2.000,- (zegge: tweeduizend euro),bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 november 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [naam slachtoffer 2] te betalen
€ 2.000,-(hoofdsom,
zegge: tweeduizend euro),vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 november 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 2.000,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
30 (zegge: dertig) dagen;de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 2.000,- (zegge: tweeduizend euro), bestaande uit immateriële schade;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [naam slachtoffer 5] te betalen
€ 2.000,-(hoofdsom,
zegge: tweeduizend euro); bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 2.000,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
30 (zegge: dertig) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [naam slachtoffer 9] te betalen
€ 2.000,-(hoofdsom,
zegge: tweeduizend euro); bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 2.000,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
30 (zegge: dertig) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 2.000,- (zegge: tweeduizend euro),bestaande uit immateriële schade;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [naam slachtoffer 1] te betalen
€ 2.000,-(hoofdsom,
zegge: tweeduizend euro);bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 2.000,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
30 (zegge: dertig) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 2.000,- (zegge: tweeduizend euro),bestaande uit immateriële schade;
€ 2.000,-(hoofdsom,
zegge: tweeduizend euro); bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 2.000,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
30 (zegge: dertig) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 2.000,- (zegge: tweeduizend euro), bestaande uit immateriële schade;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [naam slachtoffer 6] te betalen
€ 2.000,-(hoofdsom,
zegge: tweeduizend euro); bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 2.000,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
30 (zegge: dertig) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
€ 2.000,- (zegge: tweeduizend euro),bestaande uit immateriële schade;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [naam slachtoffer 4] te betalen
€ 2.000,-(hoofdsom,
zegge: tweeduizend euro); bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 2.000,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
30 (zegge: dertig) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;