De zaak betreft een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot machtiging van uithuisplaatsing van een minderjarig kind, geboren in 2008, uit de thuissituatie bij haar vader. De vader oefent het ouderlijk gezag uit, maar er zijn ernstige zorgen over de veiligheid van het kind, vanwege escalaties en blauwe plekken die mogelijk door de vader zijn veroorzaakt. Het kind verbleef tijdelijk bij een tante, maar deze is op vakantie.
De Raad en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond ondersteunen het verzoek tot uithuisplaatsing bij de grootmoeder moederszijde. De vader verzet zich tegen deze plaatsing en geeft de voorkeur aan terugkeer naar de tante. Hij weigert echter het contact met de Raad en GI en samenwerking bij het opstellen van een veiligheidsplan.
De kinderrechter oordeelt dat de veiligheid van het kind in de thuissituatie niet kan worden gegarandeerd en dat voortzetting van verblijf bij de grootmoeder noodzakelijk is. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend tot 13 oktober 2022, met mogelijkheid tot plaatsing bij de tante indien Raad en GI dit beter achten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.