ECLI:NL:RBROT:2022:6488

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 juli 2022
Publicatiedatum
3 augustus 2022
Zaaknummer
C/10/641407 / JE RK 22-1645
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige wegens onveilige thuissituatie

De zaak betreft een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot machtiging van uithuisplaatsing van een minderjarig kind, geboren in 2008, uit de thuissituatie bij haar vader. De vader oefent het ouderlijk gezag uit, maar er zijn ernstige zorgen over de veiligheid van het kind, vanwege escalaties en blauwe plekken die mogelijk door de vader zijn veroorzaakt. Het kind verbleef tijdelijk bij een tante, maar deze is op vakantie.

De Raad en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond ondersteunen het verzoek tot uithuisplaatsing bij de grootmoeder moederszijde. De vader verzet zich tegen deze plaatsing en geeft de voorkeur aan terugkeer naar de tante. Hij weigert echter het contact met de Raad en GI en samenwerking bij het opstellen van een veiligheidsplan.

De kinderrechter oordeelt dat de veiligheid van het kind in de thuissituatie niet kan worden gegarandeerd en dat voortzetting van verblijf bij de grootmoeder noodzakelijk is. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend tot 13 oktober 2022, met mogelijkheid tot plaatsing bij de tante indien Raad en GI dit beter achten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.

Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing van het kind bij de grootmoeder moederszijde tot 13 oktober 2022.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/641407 / JE RK 22-1645
datum uitspraak: 26 juli 2022

beschikking uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,
betreffende
[naam kind], geboren op [geboortedatum kind] 2008 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam vader],

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader].

Het procesverloopHet procesverloop blijkt uit de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van

13 juli 2022 en de daaraan ten grondslag liggende stukken.
Op 26 juli 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- [naam kind], die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord,
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat mr. A.P. van Elswijk,
- een vertegenwoordigster van de Raad, [naam 1],
- een tweetal vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: de GI), [naam 2] en [naam 3].

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de vader.
[naam kind] verblijft bij de oma moederszijde.
Bij beschikking van 13 juli 2022 is [naam kind] voorlopig onder toezicht gesteld tot 13 oktober 2022. De kinderrechter heeft bij die beschikking ook een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg verleend voor de duur van vier weken, te weten tot 10 augustus 2022.

Het aangehouden verzoek

De Raad heeft de machtiging tot uithuisplaatsing [naam kind] in het netwerk, te weten bij oma mz mevrouw J.A. Hari, verzocht voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.
De Raad heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. In de thuissituatie hebben zich escalaties voorgedaan tussen [naam kind] en haar vader. [naam kind] heeft blauwe plekken laten zien en aangegeven dat deze zijn ontstaan door het handelen van haar vader. De Raad heeft de vader hierover nog niet kunnen spreken, omdat de vader het contact afhoudt. Er is op dit moment onvoldoende zicht op de thuissituatie om [naam kind] terug naar huis te laten gaan. Eerder heeft [naam kind] bij een tante verbleven, maar zij is op vakantie. Op dit moment acht de Raad het in het belang van [naam kind] dat zij bij haar oma verblijft.

Het standpunt van de GI

De GI heeft zich ter zitting aangesloten bij het verzoek van de Raad. Voor de GI staat voorop dat [naam kind] op een veilige plek moet verblijven. Het is belangrijk dat hier zicht op komt. De GI gaat graag in gesprek met de vader, maar tot op heden is dat niet gelukt.

Het standpunt van de belanghebbende

Namens en door de vader is ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek. De vader vindt het op dit moment het beste voor [naam kind] dat zij weer bij de tante gaat wonen, zodra de tante terug is van vakantie. De vader en de tante zitten op één lijn qua opvoeding en [naam kind] hield zich bij de tante aan de regels. Bij de tante kan de schoolgang van [naam kind] ook beter in de gaten worden gehouden. Volgens de vader is [naam kind] niet veilig bij de oma. De vader heeft aangegeven in gesprek te willen gaan met de Raad en de GI, maar niet met hen in dezelfde ruimte te willen zijn.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er ernstige zorgen zijn over [naam kind]. Zij verbleef langere tijd bij de vader, maar hier hebben escalaties plaatsgevonden waarna [naam kind] blauwe plekken had. Hoe die blauwe plekken precies zijn ontstaan, is niet duidelijk. De afgelopen maand verbleef [naam kind] bij haar tante, maar de tante is momenteel op vakantie. Omdat de vader al het contact met de Raad en de GI afhield en niet bereid was om mee te werken aan het opstellen van een veiligheidsplan, is [naam kind] op
13 juli 2022 voorlopig onder toezicht gesteld en met een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing bij haar oma geplaatst.
Op dit moment kan de veiligheid van [naam kind] in de thuissituatie nog niet worden gegarandeerd. [naam kind] zelf heeft aangegeven de komende periode graag bij haar oma te verblijven. Hier verblijft ook haar halfbroertje. Op dit moment acht de kinderrechter de voortzetting van het verblijf van [naam kind] bij haar oma noodzakelijk. De kinderrechter zal hierbij bepalen dat de GI over kan gaan tot een plaatsing van [naam kind] bij de tante vaderszijde, indien de Raad en de GI dat beter vinden voor [naam kind].
Uit het voorgaande volgt dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek).

De beslissing

De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een voorziening voor netwerkpleegzorg, te weten bij de grootmoeder moederszijde, of mochten de Raad en de GI dit beter vinden voor [naam kind]: bij de tante vaderszijde, tot 13 oktober 2022;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.F. Verhaart als griffier en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2022.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 augustus 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.
AFSCHRIFT
Voor eensluidend afschrift.
De griffier van de rechtbank.
3 augustus 2022