Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot doodslag en de onder 2 ten laste gelegde vernieling;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en als bijzondere voorwaarde een contactverbod ten aanzien van aangever .
4..Waardering van het bewijs
5..Strafbaarheid feiten
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf
Door zijn handelen heeft de verdachte niet alleen een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van de aangever, ook heeft hij algemene gevoelens van onveiligheid versterkt. Uit de verklaring van de aangever ter zitting volgt dat hij – mede doordat het lichamelijke herstel moeizaam is verlopen en hij meermalen in het ziekenhuis opgenomen moest worden – nog dagelijks hinder ondervindt van de gevolgen van het zeer agressieve handelen van de verdachte, waarbij hij op zijn eigen erf door de verdachte zonder duidelijke reden is aangevallen. Daarbij moet het voor de aangever onbevredigend zijn dat verdachte geen duidelijkheid heeft verschaft over zijn handelen.
8..Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
a) Kleding
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10..Bijlagen
11..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;