ECLI:NL:RBROT:2022:6552
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.C.W. van der Feltz
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens niet onmiddellijk in- en uitstappen
De heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam legde eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting op omdat haar auto zonder betaling geparkeerd stond op een locatie waar betaald parkeren geldt. Eiseres voerde aan dat zij niet geparkeerd had, maar slechts stil had gestaan om haar dochter af te zetten, waarbij zij de auto niet verliet.
De rechtbank oordeelde dat de uitzondering voor onmiddellijk in- en uitstappen strikt wordt uitgelegd en dat activiteiten die de periode van stilstand verlengen, zoals het nemen van afscheid, hier niet onder vallen. Uit het bewijs, waaronder een rapport met foto’s waarop geen personen bij de auto te zien waren, bleek dat het stilzetten enkele minuten duurde en niet direct verband hield met het in- of uitstappen.
Daarom was de naheffingsaanslag terecht opgelegd. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard omdat geen sprake is van onmiddellijk in- en uitstappen.