Eiseres, een projectontwikkelaar, heeft meerdere aanvragen voor omgevingsvergunningen ingediend voor een woon- en winkelcomplex. Verweerder legde een legesaanslag van €122.450,30 op voor de aanvraag van 19 juni 2020, de vijfde aanvraag voor het project. Eiseres betwist de aanslag en beroept zich op het vertrouwensbeginsel, stellende dat op grond van afspraken met de gemeente slechts eenmaal leges verschuldigd zouden zijn en eerdere betaalde leges verrekend moesten worden.
De rechtbank oordeelt dat zij niet bevoegd is om over de nakoming van de overeenkomst te oordelen, dit is een civiele kwestie. Wel toetst de rechtbank of het besluit in strijd is met de wet of het vertrouwensbeginsel. De brief van de gemeente van 12 mei 2019 maakt duidelijk dat de eerdere afspraak over éénmaal leges niet geldt voor de vierde en volgende aanvragen en dat leges voor toekomstige aanvragen in rekening worden gebracht.
Eiseres kon uit de correspondentie en haar eigen akkoordverklaring bij de aanvraag van 19 juni 2020 niet afleiden dat zij geen leges zou moeten betalen. De rechtbank concludeert dat het vertrouwensbeginsel niet is geschonden en dat de aanslag terecht en correct is opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.