ECLI:NL:RBROT:2022:6575
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in zaak wederrechtelijke vrijheidsberoving, bedreiging, mishandeling en diefstal met valse sleutel
De rechtbank Rotterdam heeft op 15 juli 2022 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen de verdachte die werd verdacht van medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, bedreiging, mishandeling en diefstal uit een woning met gebruik van een valse sleutel. De feiten zouden zich hebben voorgedaan in de periode van 26 tot en met 27 november 2020 in meerdere plaatsen in Nederland.
Tijdens de terechtzittingen op 20 juni en 15 juli 2022 werd vastgesteld dat het bewijs onvoldoende was om de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen. Zowel de officier van justitie als de verdediging waren het eens met een vrijspraak zonder nadere motivering. De rechtbank sprak de verdachte dan ook vrij van alle ten laste gelegde feiten.
De benadeelde partij had een vordering ingediend tot vergoeding van immateriële schade van €15.000,- vermeerderd met wettelijke rente en een schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in deze vordering omdat de verdachte werd vrijgesproken. Tevens werd de benadeelde partij veroordeeld in de kosten van de verdediging van de verdachte, welke kosten op nihil werden begroot.
De tenlastelegging bevatte onder meer beschuldigingen van het met geweld in een auto trekken en vasthouden van het slachtoffer, bedreiging met een vuurwapen en heroïne, mishandeling met stokken en andere voorwerpen, en diefstal uit een woning met een valse sleutel. Ondanks deze ernstige beschuldigingen kon de rechtbank het bewijs niet toereikend achten om tot een veroordeling te komen.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam, in aanwezigheid van de voorzitter en twee rechters, en griffier.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten; benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering.