Partijen sloten een overeenkomst waarbij eiser €130.000 betaalde voor een helftparticipatie in de onderneming van gedaagde die handelt in slangen en reptielen. Eiser stelt dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen en vordert terugbetaling, terwijl gedaagde betaling van openstaande bedragen en kosten vordert.
De rechtbank constateert dat partijen het eens zijn over de kernafspraken: geldverstrekking door eiser, aankoop en verzorging van slangen door gedaagde, en winstverdeling na verkoop. Een verschil over de mate van participatie leidt niet tot het ontbreken van een overeenkomst. Er is geen grond voor onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrijking, bedrog, misbruik van omstandigheden of dwaling.
Ook ontbinding wordt afgewezen wegens gebrek aan concrete tekortkomingen en ingebrekestelling. De vorderingen van eiser worden afgewezen, inclusief de incassokosten en rente. Gedaagde krijgt een vergoeding van €50 wegens onrechtmatig beslag door eiser, maar overige reconventionele vorderingen worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs.
De proceskosten worden verdeeld: eiser draagt de kosten in conventie, gedaagde in reconventie. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.