ECLI:NL:RBROT:2022:6610
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige ondertoezichtstelling minderjarige door kinderrechter
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Rotterdam om de voorlopige ondertoezichtstelling van een minderjarige op te heffen. De minderjarige was bij beschikking van 8 april 2022 voorlopig onder toezicht gesteld en er was een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing verleend en later verlengd.
De zaak werd op 28 juni 2022 met gesloten deuren behandeld, waarbij geen van de belanghebbenden aanwezig was ondanks behoorlijke oproeping. De kinderrechter oordeelde op basis van de overgelegde stukken dat niet langer werd voldaan aan de vereisten van artikel 1:257, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.
Daarom werd de voorlopige ondertoezichtstelling op grond van het tweede lid van dit artikel opgeheven. De beschikking werd mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2022 en schriftelijk vastgesteld op 13 juli 2022.
Uitkomst: De voorlopige ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt opgeheven.