De rechtbank Rotterdam behandelde een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplegen van mishandeling, wederrechtelijke vrijheidsberoving, bedreiging, diefstal met valse sleutel en woninginbraak tijdens de nachtrust. De zaak betrof een incident in de nacht van 26 op 27 november 2020.
De officier van justitie vorderde deels vrijspraak en deels veroordeling tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van de aangever en het bewijs, en stelde dat de historische en zendmastgegevens onrechtmatig waren verkregen.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van de aangever tegenstrijdig, wisselend en onbetrouwbaar waren, mede door een poging tot beïnvloeding van zijn verklaring tegen betaling. Zonder de verklaringen van de aangever was er onvoldoende bewijs om de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen. Ook de getuigenverklaring toonde aan dat de verdachten handelden op instructie van de aangever, waardoor wederrechtelijkheid ontbrak.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding. Het conservatoir beslag op een geldbedrag bij verdachte blijft gehandhaafd.