De rechtbank Rotterdam heeft op 1 juli 2022 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de verlenging van een ondertoezichtstelling, wijziging van de zorgregeling en benoeming van een bijzondere curator voor een minderjarige geboren in 2011.
De ondertoezichtstelling was eerder vastgesteld en verlengd tot 7 juli 2022. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling tot 7 maart 2023 en om de omgang tussen de vader en het kind tijdelijk stil te zetten vanwege complexe problematiek en gebrek aan behandelingsbereidheid bij de vader. De vader verzette zich tegen deze verzoeken, terwijl de moeder deels instemde.
De rechtbank concludeerde dat het welzijn van het kind nog steeds wordt bedreigd door langdurige communicatieproblemen tussen de ouders en het ontbreken van contact tussen vader en kind. De zorgregeling wordt daarom voor de duur van de ondertoezichtstelling stopgezet en de regie hierover aan de GI gegeven. Tevens wordt de bijzondere curator opnieuw benoemd om het kind te vertegenwoordigen en de voortgang van een persoonlijkheidsonderzoek en therapie bij de vader te monitoren.
De rechtbank achtte het noodzakelijk dat het kind therapie krijgt, zoals therapeutisch boksen of psychomotore therapie, en dat de jeugdbeschermer hierin een coördinerende rol vervult. Het contact tussen vader en kind kan in de toekomst, afhankelijk van de uitkomsten van het persoonlijkheidsonderzoek en de therapie, mogelijk worden hersteld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.