ECLI:NL:RBROT:2022:6662
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing dwangakkoord bij geschil over schuldregeling met preferente schuldeiser
Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inclusief een preferente schuldeiser die weigert in te stemmen met het akkoord. De totale schuldenlast bedroeg circa €114.760, waarvan de preferente schuldeiser een vordering van bijna €19.921 heeft. De regeling voorziet in een betaling van een klein percentage van de vordering tegen finale kwijting, gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoeker die een Participatiewet-uitkering ontvangt.
De rechtbank constateert dat zestien van de zeventien schuldeisers het akkoord hebben aanvaard en dat de preferente schuldeiser niet is verschenen ter zitting. De schuld aan de Belastingdienst zal naar verwachting door recente aangiften aanzienlijk worden verlaagd, wat het uitkeringspercentage ten goede komt. De regeling is getoetst en ondersteund door een onafhankelijke partij, de Kredietbank Rotterdam.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker voldoende inspanningen heeft geleverd om het maximale haalbare aan te bieden, mede gelet op zijn medische situatie en vrijstelling van sollicitatieplicht. Het verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen, waarbij de weigering van de preferente schuldeiser niet redelijk wordt geacht. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat het akkoord een gunstiger resultaat oplevert voor schuldeisers.
De preferente schuldeiser wordt veroordeeld in de proceskosten, welke nihil zijn begroot omdat verzoeker niet door een advocaat is bijgestaan. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en preferente schuldeiser wordt veroordeeld in de kosten.