Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, waarbij twaalf van de dertien schuldeisers instemden, maar de gemeente Dordrecht, als schuldeiser met een vordering van 22,2% van de totale schuldenlast, weigerde mee te werken vanwege een vermeende fraudevordering.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoeker geen inkomen kan verwerven boven zijn huidige Participatiewet-uitkering en dat hij onder begeleiding staat vanwege zijn persoonlijke omstandigheden. De aangeboden regeling is getoetst door een onafhankelijke partij en is het maximale haalbare voorstel.
De rechtbank oordeelt dat het belang van verzoeker en de overige schuldeisers zwaarder weegt dan het belang van de gemeente Dordrecht bij weigering van instemming. Daarom wordt de gemeente Dordrecht bevolen in te stemmen met de schuldregeling. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat het akkoord een gunstiger resultaat oplevert voor schuldeisers.
De gemeente Dordrecht wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil zijn omdat er geen griffierecht verschuldigd is en verzoeker niet door een advocaat is bijgestaan. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.