ECLI:NL:RBROT:2022:6689
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging subsidierelatie na opheffing adviescommissie
Verzoekster, een stichting die de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) ondersteunt, ontving al jaren een exploitatiesubsidie van verweerder. Verweerder besloot op 31 mei 2022 de RRKC per 1 januari 2023 op te heffen, waardoor de subsidie aan verzoekster zou worden beëindigd. Verzoekster verzocht om een voorlopige voorziening tegen deze beëindiging.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het bezwaar tegen het besluit tot opheffing van de RRKC niet ontvankelijk is en dat de beoordeling zich uitsluitend richt op de subsidiebeëindiging. Verweerder heeft beleidsvrijheid bij het beëindigen van subsidies en handelde binnen de kaders van artikel 4:51 Awb Pro. De rechter oordeelde dat de beëindiging van de subsidie een gevolg is van de gewijzigde situatie door de opheffing van de RRKC.
Verzoekster stelde dat het besluit onzorgvuldig en onrechtmatig was, onder meer vanwege een ondeugdelijk evaluatierapport. De voorzieningenrechter ging hier niet op in, omdat dit besluit niet ter beoordeling stond. De termijn van zeven maanden om de subsidie af te bouwen werd als redelijk beoordeeld, waarbij verweerder waarborgen bood tegen resterende kosten.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verweerder zorgvuldig heeft gehandeld en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Dit betekent dat de subsidie per 1 januari 2023 zal worden beëindigd zonder schorsing van het besluit.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de subsidie wordt afgewezen.