Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoekster;
- mevrouw A. Pruis, werkzaam bij Arosa (hierna: begeleider);
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan vijf schuldeisers, waarbij vier instemden en één schuldeiser, met 88,9% van de totale schuld, weigerde in te stemmen. De schuld betreft een persoonlijke lening uit 2018, waarvan de schuldeiser stelt dat verzoekster de lening grotendeels heeft ontvangen en onverantwoord heeft besteed. Verzoekster kampt met psychosociale problematiek en huiselijk geweld, woont begeleid en ontvangt WMO-ondersteuning.
De rechtbank beoordeelt dat het voorstel zorgvuldig is getoetst door een onafhankelijke partij en dat verzoekster geen hogere afloscapaciteit heeft vanwege haar situatie. De regeling biedt een beter resultaat voor schuldeisers dan een wettelijke schuldsaneringsregeling, omdat het bedrag ineens wordt uitgekeerd en kosten van een wettelijke regeling worden vermeden.
De rechtbank constateert dat verzoekster haar situatie voldoende stabiel heeft gekregen, mede door het beëindigen van huiselijk geweld en begeleiding, en dat zij in aanmerking komt voor toelating op grond van de hardheidsclausule. De belangen van verzoekster en de instemmende schuldeisers wegen zwaarder dan het belang van de weigeraar.
Daarom beveelt de rechtbank de schuldeiser om in te stemmen met de schuldregeling, veroordeelt deze in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de schuldeiser in te stemmen met het dwangakkoord en wijst het subsidiaire verzoek tot schuldsanering af.