Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
- ontslag van alle rechtsvervolging van de verdachte.
Rechtbank Rotterdam
Op of omstreeks 24 december 2021 stak de verdachte in zijn woning te Rotterdam afval in de spoelbak in brand. Dit leidde tot brand met gevaar voor goederen en levensgevaar voor omwonenden. De verdachte probeerde de brand nog te blussen voordat hij de woning verliet.
De rechtbank stelde vast dat het opzettelijk in brand steken van afval voldoende is voor het delict brandstichting, ook als het opzet niet gericht was op verdere verspreiding van het vuur. Er was sprake van opzet op brandstichting en de daaraan verbonden gevaren.
Psychiatrisch onderzoek toonde aan dat de verdachte lijdt aan schizofrenie met ernstige symptomen die zijn vermogen om de gevolgen van zijn handelen te overzien ernstig aantasten. De rechtbank achtte het bewezen feit niet aan de verdachte toe te rekenen en sprak hem vrij van strafbaarheid.
De verdachte werd ontslagen van alle rechtsvervolging en er werd geen strafrechtelijke maatregel opgelegd, omdat hij reeds op basis van een zorgmachtiging verplichte zorg ontvangt. De rechtbank achtte deze zorgmaatregel passend om het risico op recidive te beperken.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens psychotische stoornis en niet-toerekenbaarheid.