ECLI:NL:RBROT:2022:6724
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen buiten-zittinguitspraak over niet tijdig beslissen op Wob-verzoeken
De oorspronkelijk eiseres, een stichting, had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door opposant op haar Wob-verzoeken van augustus en september 2021. De rechtbank had op 16 juni 2022 zonder zitting uitspraak gedaan en het niet tijdig beslissen vernietigd, met een dwangsom en een termijn van twee weken om alsnog te beslissen.
Opposant stelde verzet in tegen deze uitspraak en voerde aan dat meer tijd nodig was vanwege de overgang van de Wob naar de Woo, de complexiteit van de gevraagde informatie en interne en externe afstemming. Tevens stelde opposant dat de rechtbank onzorgvuldig had gehandeld door de uitspraak te doen voordat de termijn van twee weken was verstreken.
De verzetrechter beoordeelde of de buiten-zittinguitspraak terecht was gedaan zonder zitting, waarbij werd overwogen dat de gestelde omstandigheden reeds in de uitspraak waren meegewogen. Er ontstond daardoor geen twijfel aan de uitspraak. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzet tegen de buiten-zittinguitspraak over niet tijdig beslissen op Wob-verzoeken wordt ongegrond verklaard.