ECLI:NL:RBROT:2022:679
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens overtreding samenscholings- en groepsvormingsverbod tijdens avondklokrellen
Op 25 januari 2021 vonden ernstige ongeregeldheden plaats in Rotterdam-Zuid, waarbij een grote groep jongeren zich verzamelden en de openbare orde ernstig werd verstoord. Eiser werd die avond in het gebied aangetroffen en in het bezit van acht zilveren armbanden die afkomstig waren uit een geplunderde juwelierszaak. Verweerder legde eiser een last onder dwangsom op wegens overtreding van het samenscholingsverbod uit de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam en het groepsvormingsverbod uit de Wet publieke gezondheid in verbinding met de Tijdelijke Regeling Maatregelen covid-19.
Eiser voerde aan niet betrokken te zijn geweest bij de rellen en de armbanden te hebben gevonden, maar werd ter zitting niet gehoord en had onvoldoende bewijs voor zijn stellingen. De rechtbank achtte het aannemelijk dat eiser de verboden heeft overtreden en dat de last onder dwangsom proportioneel en gerechtvaardigd is gezien de ernst van de ongeregeldheden en het belang van het handhaven van de openbare orde en volksgezondheid.
De rechtbank verwierp het beroep en oordeelde dat de beperking van de vrijheid van eiser door de gedragsbeperkingen niet onredelijk is. De last onder dwangsom blijft van kracht voor de duur van één jaar, met een dwangsom van € 2.500 per overtreding tot een maximum van € 10.000. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt bevestigd.