De zaak betreft een geschil tussen een huurder en Woonstad Rotterdam over het verwijderen van een schutting en het gebruik van een achterpad. De huurder betoogt dat de schutting al jaren deel uitmaakte van haar tuin en dat deze zonder haar toestemming door Woonstad is verwijderd. Zij vordert terugplaatsing of schadevergoeding. Woonstad stelt dat de huurder het achterpad onrechtmatig bij haar tuin heeft betrokken en dat de schutting verwijderd moest worden om het achterpad vrij te maken.
Tijdens de procedure is gebleken dat de huurder sinds 2006 in de woning woont en dat er vanaf dat moment een erfafscheiding stond. Woonstad heeft meerdere verzoeken gedaan om de schutting te verwijderen vanwege de belemmering van het achterpad. Na het uitblijven van actie heeft Woonstad de schutting zelf verwijderd. De kantonrechter oordeelt dat de huurder een onrechtmatige situatie heeft gecreëerd door het achterpad bij haar tuin te betrekken, maar dat Woonstad onjuist heeft gehandeld door zonder rechterlijke machtiging de schutting te verwijderen.
De kantonrechter bepaalt dat de schutting moet worden teruggeplaatst op de erfgrens, in het verlengde van de schutting van de buren, zodat het achterpad vrij blijft. Het achterpad moet worden hersteld. De materiaalkosten komen voor rekening van de huurder, het arbeidsloon voor rekening van Woonstad. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten en betalen ieder de helft van het griffierecht. De vordering van Woonstad tot dwangsom wordt afgewezen.