Tussen VGZ Zorgverzekeraar N.V. en de verzekerde is een zorgverzekeringsovereenkomst gesloten waarbij de verzekerde premie en zorgkosten verschuldigd is. De verzekerde liet een betalingsachterstand ontstaan van in totaal €1.275,53, waarvan een deel al was voldaan. VGZ beperkte haar vordering tot €500 aan hoofdsom.
De verzekerde voerde aan rauwelijks te zijn gedagvaard omdat hij geen aanmaningen had ontvangen, mede doordat correspondentie naar een onjuist e-mailadres was gestuurd. De kantonrechter oordeelde dat VGZ onvoldoende had bewezen dat de aanmaning van 22 maart 2022 daadwerkelijk was ontvangen, maar dat de verzekerde verantwoordelijk was voor het niet doorgeven van een correct e-mailadres. Daarnaast had VGZ meerdere brieven overlegd die de verzekerde niet had betwist, waaruit bleek dat hij op de hoogte was van de betalingsachterstand.
De kantonrechter wees de vordering toe tot het beperkte bedrag van €500 met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding. De buitengerechtelijke kosten werden niet toegewezen omdat VGZ deze niet had gevorderd. De verzekerde werd veroordeeld in de proceskosten van €405,43. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.