ECLI:NL:RBROT:2022:6940
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van hennepteelt en stroomdiefstal
De rechtbank Rotterdam behandelde op 24 mei 2022 een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk telen, bereiden en aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennep en het wederrechtelijk toe-eigenen van stroom. De tenlastelegging betrof een periode van mei tot juli 2018 en omvatte circa 2650 gram hennep en ongeveer 94 hennepplanten.
Tijdens de terechtzitting werd het bewijs door zowel de officier van justitie als de verdediging beoordeeld. De officier van justitie vorderde vrijspraak van de ten laste gelegde feiten en concludeerde tevens tot niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in haar vordering tot schadevergoeding. De rechtbank was het eens met deze beoordeling en oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen.
De benadeelde partij vorderde een materiële schadevergoeding van €1.962,85 wegens de vermeende stroomdiefstal, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank sprak de verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en verklaarde de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van het telen van hennep en het wederrechtelijk toe-eigenen van stroom wegens onvoldoende bewijs.