ECLI:NL:RBROT:2022:6941
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering na vrijspraak van verdachte
De rechtbank Rotterdam behandelde op 24 mei 2022 een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van maximaal €10.785,50, ingesteld door de officier van justitie. Deze vordering was gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en sloot aan op een strafzaak tegen de betrokkene.
Tijdens de terechtzitting werd duidelijk dat de betrokkene was vrijgesproken van de feiten waarop de ontnemingsvordering was gebaseerd. Zowel de officier van justitie als de verdediging verzochten daarom de ontnemingsvordering af te wijzen.
De rechtbank oordeelde dat de ontnemingsvordering niet kan worden toegewezen indien de verdachte is vrijgesproken van de onderliggende feiten. Om die reden wees de rechtbank de vordering af en bevestigde daarmee de vrijspraak. Het vonnis werd uitgesproken door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af omdat de betrokkene is vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.