Eiseres was sinds 2014 in dienst bij een horecabedrijf van haar vader en werkte sinds februari 2022 als manager met een aangepast loon. Op 1 april 2022 nam OD het restaurant over, maar er is onduidelijkheid of eiseres ook in dienst is getreden bij OD. Eiseres vordert loon vanaf juni 2022 van OD en loonstroken, stellende dat zij door de overname werknemer van OD is geworden.
OD betwist dit en stelt dat eiseres in dienst bleef bij het bedrijf van haar vader, met een mondelinge afspraak hierover. De kantonrechter constateert dat er onvoldoende bewijs is dat een arbeidsovereenkomst met OD bestaat. Er zijn tegenstrijdige verklaringen, geen loonstroken, en de arbodienst is niet die van OD.
Gezien deze onduidelijkheden en het karakter van kort geding is het niet aannemelijk dat eiseres haar vordering in een bodemprocedure zal winnen. De vordering wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil zijn aan de zijde van OD.