De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarig kind tot 7 augustus 2023. De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar het kind woont bij de moeder. De moeder verscheen niet op de zitting, de vader voerde verweer tegen de verlenging en uitte zijn wantrouwen jegens de GI vanwege het uitblijven van verbetering en niet nagekomen afspraken.
De kinderrechter constateerde dat het kind nog ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd door de langdurige en ernstige strijd tussen de ouders. De communicatie tussen hen is zeer zorgelijk en eerdere hulpverlening heeft onvoldoende effect gehad. De ouders slagen er niet in hun eigen belangen ondergeschikt te maken aan het belang van het kind.
De rechter benadrukte dat de ouders samen verantwoordelijk zijn voor het welzijn van het kind en dat zij concessies moeten doen om het hulpverleningstraject Ouderschap na Scheiding succesvol te maken. Ook is het naleven van beschikkingen en afspraken essentieel voor verbetering. De GI is geen mediator of handhaver, en conflicten hierover schaden de samenwerking.
De verlenging is noodzakelijk om het hulpverleningstraject te kunnen voortzetten en het onderzoek van het KSCD te waarborgen. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd voor één jaar, tot 7 augustus 2023, en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.